2017 - Volume 65

April
January

2016 - Volume 64

October
July
April
January

2015 - Volume 63

October
July
April
January
Home arrow Archives Index arrow October 2000 arrow October 2000 - Dutch
October 2000 - Dutch PDF Print E-mail


The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis
Volume 48, Number 4 - October 2000 - Dutch
Special Issue: Epirical Validation of Hypnotic Interventions

 

Doelgerichte fantasie verklaart het trainingseffect van het Carleton vaardigheidstraining programma (Carleton Skills Training Package, CSTP) niet.
Agnieszka Niedzwienska.

Twee behandelingen om de hypnotische responsiviteit te verhogen van subjecten die bij vooronderzoek laag scoorden op hypnotische gevoeligheid werden vergeleken. Subjecten in de ene modificatie behandeling (n=20) kregen het Carleton vaardigheidstraining programma. subjecten in de andere modificatie behandeling (n=20) kregen een parti‘le training waarin geen informatie over imaginaire strategie‘n was vervat. De auteurs van het CSTP vooronderstellen dat doelgerichte fantasie‘n aan de basis liggen van een subject's gevoel van onwillekeurigheid, zodat het aanleren van imaginaire strategie‘n de belangrijkste werkzame factor van subjectieve veranderingen na training is. Controlepersonen (n=20) kregen geen behandeling. De beide trainings programma's verbeterden gedrags- en subjectieve responsen in gelijke mate. Resultaten van controlepersonen bleven stabiel tijdens de testen. Een geringe toename van hypnotiseerbaarheidsscores na training hield geen verband met een toename van doelgerichte fantasie, noch met het gebruik van imaginatie. Andere mechanismen kunnen aan de basis liggen van het CSTP effect, zoals bijvoorbeeld compliance.

 

Autonome en psychologische responsen op een acute psychologische stressor en relaxatie : invloed van hypnotiseerbaarheid en absorptie.
Robert Zachariae, Michael Martini J¿rgensen, Peter Bjerring en Gunner Svendsen.

De studie onderzoekt de invloed van hypnotiseerbaarheid en absorptie op de psychologische en autonome responsen op een experimentele stressor en op een relaxatieprocedure bij 13 hoog en 13 laag hypnotiseerbare personen. Hartfrequentie variabiliteit was de maat van de autonome reactiviteit. In beide experimentele condities bleek absorptie de enige significante voorspeller van autonome reacties. Verwachting en vroegere relaxatietraining, maar niet absorptie noch hypnotiseerbaarheid, voorspelden de waargenomen relaxatie in de relaxatie conditie. De resultaten wijzen erop dat in een niet hypnotische context de invloed van hypnotiseerbaarheid op responsen in experimentele condities minder uitgesproken kan zijn dan de invloed van absorptie. Absorptie kan geassocieerd zijn met een sterker bewust zijn van interne fysische en psychologische processen en de resultaten bevestigen vroegere klinische bevindingen, waarbij positieve correlaties tussen absorptie, subjectieve perceptie van autonome arousal en het rapporteren van somatische symptomen werden gemeld.

 

Specifieke autobiografische herinneringen na een hypnotisch ge•nduceerde gemoedstoestand.
Fiona Maccallum, Kevin M. McConkey, Richard A. Bryant en Amanda Barnier.

De studie onderzoekt de impact van hypnotisch ge•nduceerde stemmingen op de specificiteit van het autobiografische geheugen. Hoog (n=24) en laag (n=21) hypnotiseerbare deelnemers kregen een hypnotische inductie voor droevige, neutrale en vrolijke gemoedstoestanden, en kregen nadien de opdracht om specifieke autobiografische herinneringen terug te halen als respons op positieve en negatieve cue woorden.Terwijl hoog hypnotiseerbare deelnemers in de droevige stemming minder specifieke herinneringen gaven op positieve dan op negatieve cue woorden, gaven deelnemers in de neutrale en vrolijke stemming evenveel herinneringen op positieve als op negatieve cue woorden. Bevindingen laten vermoeden dat een bemoeilijkt terughalen van specifieke herinneringen be•nvloed kan worden door toestandsfactoren zoals een droevige stemming. De resultaten tonen aan dat het nuttig is om in hypnose een bepaalde stemming te induceren, als middel om het verband tussen stemming en autobiografische geheugen experimenteel te onderzoeken.

 

Beschrijving van de resultaten van het stoppen met roken met hypnose programma van de Amerikaanse 'Lung Association of Ohio'
Karen Ahijevych, Ruth Yerardi, en Nancy Nedilsky.

Stoppen met roken met hypnose is ЋЋn van de behandelingsprogramma's welke beschikbaar is voor rokers. In dit verslag wordt een uitgebreide onderzoeksgroep beschreven waarover nog niet eerder gerapporteerd werd. In 1997 namen 2810 rokers deel aan een groepshypnotherapeutisch programma van ЋЋn sessie om te stoppen met roken; het programma werd gesponsord door de Amerikaanse Longen Vereniging van Ohio. Een willekeurig geselecteerde groep van 452 deelnemers beantwoordde een telefonisch interview 5 en 15 maanden na deelname aan de therapiesessie. 22 % van de deelnemers (n=101) meldden dat ze niet gerookt hadden tijdens de maand voor het interview. Er werd ook onderzocht welke andere rookstopmethoden gebruikt werden sinds de behandelingssessie. Interessant gegeven is dat slechts 20 % van de deelnemers die farmaceutische middelen gebruikten als hulp bij het stoppen met roken, deze gedurende de aanbevolen periode bleven innemen. Stoppen met roken met hypnose is een alternatieve rookstopmethode die beantwoordt aan de unieke behoefte van bepaalde individuen.

 

Ericksoniaanse benaderingen in hypnose en in therapie. Waar staan we nu ?
William J. Matthews.

Ericksoniaanse benaderingen van psychotherapie en hypnose hebben de voorbije 20 jaar een significante invloed gehad op talrijke clinici. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van het huidig experimenteel onderzoek met betrekking tot de doeltreffendheid van deze therapeutische benaderingen, en met betrekking tot de basis Ericksoniaanse opvattingen namelijk : (a) geloven in een veranderde bewustzijnstoestand (ASC=altered state of consciousness), en het bestaan van specifieke kenmerken die deze toestand bewijzen (b) de superioriteit van indirecte suggesties boven directe suggesties (c) hypnotiseerbaarheid van de cli‘nt hangt af van de vaardigheden van de hypnotiseur. De huidige literatuur geeft geen empirische steun voor de doeltreffendheid en ook niet voor deze basisopvattingen. Het artikel besluit met een discussie over de nood aan empirisch gevalideerd onderzoek om de doeltreffendheid van Ericksoniaanse therapie en de centrale componenten ervan te bewijzen, om te vermijden dat deze benadering ge•soleerd zou geraken van de wetenschappelijke hypnose en de therapie verenigingen.

 
trymax курсы английского языка в москве