2017 - Volume 65

April
January

2016 - Volume 64

October
July
April
January

2015 - Volume 63

October
July
April
January
Home arrow Archives Index arrow April 2000 arrow April 2000 - Dutch
April 2000 - Dutch PDF Print E-mail


The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis
Volume 48, Number 2 - April 2000 - Dutch
Special Issue: Epirical Validation of Hypnotic Interventions

 

Samenvattingen. Speciale aflevering over de toestand van hypnose als empirisch gevalideerde klinische interventie.

 

Hypnose als empirisch gevalideerde klinische interventie. Inleiding tot de speciale aflevering.
Michael R. Nash.

In een aantal opmerkingen als inleiding tot de speciale aflevering, over de status van hypnose als empirisch gevalideerde klinische interventie, beschrijft de uitgever in het kort het begin van de research over klinische hypnose, de logica van het natuurwetenschappelijk model, het belang van een creatieve maar stevig gefundeerde klinische wetenschap, en benadrukt dat bij dit opzet, het samengaan van praktijk en research tot gunstige resultaten kunnen leiden. De voorganger van het huidige werk, was het rapport van de "Royal Commission", geschreven door Benjamin Franklin en Antoine Lavoisier, 215 jaar geleden, een rapport dat bekend staat als n van de belangrijkste documenten in de geschiedenis van de menselijke rede. De geest en de logica van deze speciale editie, zijn gebaseerd op het erfgoed van dit document. In deze speciale editie, wordt met kennis van zaken een eerlijke, onpartijdige beoordeling gegeven over wat we wel en niet weten over hypnose, los van het belangenconflict in de geestelijke gezondheidszorg met tegenstrijdigheden tussen managed care, regeringsbelangen, pat intenrechten en beroepsverenigingen.

 

Klinische hypnose bij kinderen. Eerste stappen naar een empirische basis.
Leonard S. Milling en Christine A. Costantino.

Een overzicht van gecontroleerde studies over de effektiviteit van klinische hypnose laat veelbelovende resultaten zien, vooral bij het verminderen van akute pijn, negatieve stress bij chemotherapie, en enuresis. Nochthans werden er nog geen hypnotische interventies gevonden die als 'effectief' kunnen beschouwd worden, volgens de criteria voor 'empirisch bewezen therapie , EST(empirically supported therapies). Een belangrijke beperking van de bestaande literatuur in verband met EST richtlijnen, is het ontbreken van een behandelingsspecificatie, door een handleiding, of een equivalent.

 

Een meta-analyse van hypnotisch genduceerde analgesia. Hoe effectief is hypnose ?
Guy H. Montgomery, Katherine N. DuHamel en William H. Redd.

In de voorbije 20 jaar, werd hypno-analgesia uitgebreid bestudeerd. Nochthans werden er geen systematische pogingen ondernomen om de omvang van hypno-analgesia te bepalen, of de generalisatie van laboratorium effecten, naar patintengroepen aan te tonen. Deze studie onderzoekt de effectiviteit van hypnose bij pijnhantering, vergelijkt studies waarin hypnotische pijnvermindering bij gezonde vrijwilligers gevalueerd wordt, met studies waar hypnotische pijnvermindering bij patinten groepen gevalueerd wordt, en vergelijkt hypnoanalgetische effecten en suggestibiliteit van deelnemers voor hypnose , en bepaalt de effectiviteit van hypnotische suggesties voor pijnvermindering, in vergelijking met andere niet-hypnotische psychologische interventies. Meta-analyse van 18 studies, toonde een matig tot uitgesproken hypno-analgetisch effect, wat de effectiviteit van hypnotische technieken bij het hanteren van pijn bevestigt. Resultaten tonen dat hypnotische suggestie even effectief is in het verminderen van klinische pijn, als in het verminderen van experimentele pijn. De globale resultaten, suggereren een ruimere toepassing van hypno-analgetische technieken bij pijnpatinten.

 

Research over hypnose als hulpmiddel in cognitieve gedragstherapie.
Nancy Schoenberger.

Er is steeds meer onderzoek, waarin het gebruik van hypnose gecombineerd met cognitieve gedragstherapeutische technieken bij de behandeling van psychische stoornissen wordt gevalueerd. De centrale vraag bij het onderzoek is of het toevoegen van hypnose, de effectiviteit van cognitieve gedragstherapie laat toenemen. De studies toonden over heel de lijn een belangrijke winst door hypnose toe te voegen aan de therapie; het aantal studies is evenwel klein en veel studies hebben methodologische beperkingen. Om cognitieve gedrags-hypnotherapie als empirisch ondersteunde behandeling te erkennen, is een aantal goed opgestelde gerandomiseerde klinische onderzoeken nodig. Op het moment, blijft de effectiviteit van hypnose als toegevoegde behandeling een onopgeloste vraag.

 

Empirische basis voor het gebruik van hypnose in geneeskunde. Een overzicht.
Cornelia Marc Pinnell en Nicholas A. Covino.

Recente veranderingen in de gezondheidszorg worden gekenmerkt door een toenemende vraag naar empirisch ondersteunde behandelingen in de geneeskunde. Op het moment zijn er een aantal argumenten, om hypnotische technieken te integreren in de behandeling van een aantal medische problemen. In dit kritisch overzicht van research literatuur, wordt de aandacht gericht naar empirisch onderzoek over de effectiviteit van hypnotische behandelingen als hulpmiddel in de behandeling van angst bij medische en tandheelkundige ingrepen, bij asthma, huidaandoeningen, gastrointestinale aandoeningen, hemorrhagische stoornissen, nausea en braken bij kanker en zwangerschap. Verder onderzoek zal nodig zijn om hypnose op grotere schaal te laten aanvaarden als hulpmiddel bij medische zorgen.

 

Hypnose en interventies op basis van suggestie bij stoppen met roken. Onderzoek van de bewijzen.
Joseph P. Green, en Steven Jay Lynn.

Dit artikel geeft een overzicht van 56 studies over hypnose en stoppen met roken, vanuit de vraagstelling of research een empirische basis geeft voor het gebruik van hypnose. Terwijl enerszijds hypnotische procedures over het algemeen tot hogere percentages abstinentie leiden dan wachtlijstcondities of geen behandeling, is anderszijds het effect van hypnotische interventies te vergelijken met een aantal niet-hypnotische behandelingen. Bewijzen dat hypnose, betere resultaten geeft dan placebo leidt tot wisselende gegevens. Samengevat, hypnose kan niet beschouwd worden als een specifieke en effectieve behandeling om te stoppen met roken. Verder is het in vele gevallen onmogelijk om de bijdrage van cognitief gedragstherapeutische en educatieve interventies te bepalen, als oorzaak van positieve behandelingsresultaten. Hypnose kan als dusdanig niet beschouwd worden als een goed onderbouwde behandeling om te stoppen met roken. Nochthans kan men hypnose terecht als 'mogelijk effectieve' behandeling om te stoppen met roken, beschouwen.

 

Hypnose bij de behandeling van trauma. Een mogelijke, maar nog niet volledig bewezen effectieve behandeling.
Etzel Cardena.

Hypnotische technieken voor de behandeling van posttraumatische stoornissen, werden vaak gebruikt door de pioniers van de klinische praktijk op het einde van de 19de eeuw, en door militaire therapeuten die soldaten behandelden bij toenmalige grote oorlogen. De laatste tijd wordt hypnose ook gebruikt bij slachtoffers na sexueel misbruik, ongevallen en andere traumata en bij een aantal andere groepen, zoals kinderen en etnische minderheden. Nochtans zijn er bijna geen systematische studies over de effecten van hypnose bij posttraumatische stress stoornissen. Deze stand van zaken is bijzonder ontgoochelend omdat hypnose gemakkelijk gentegreerd kan worden in de behandeling die gewoonlijk bij getraumatiseerde clinten wordt toegepast; omdat in een aantal studies werd aangetoond, dat PTSD patinten hoog-hypnotiseerbaar zijn; omdat hypnose kan gebruikt worden voor symptomen die geassocieerd zijn met PTSD; omdat hypnose herinneringen aan het trauma kan helpen moduleren en integreren. Hypnotische technieken kunnen inderdaad effectief zijn voor posttraumatische stoornissen, maar er zijn systematische studies van patintengroepen of single-case studies nodig, om die conclusie te kunnen bevestigen.

 

Hypnose als empirisch bewezen klinische interventie. Welke bewijzen zijn er ? Een blik in de toekomst.
Steven Jay Lynn, Irving Kirsch, Arreed Barabasz, Etzel Cardena & David Patterson.

Op basis van literatuuroverzichten van de speciale aflevering van het internationaal tijdschrift voor klinische en experimentele hypnose (2000), wordt in dit artikel een samenvatting gegeven van de effectiviteit van hypnose als empirisch ondersteunde klinische methode. De huidige stand van het klinisch research onderzoek bevestigt over het algemeen dat hypnotische procedures bepaalde psychische en medische aandoeningen kunnen verbeteren, wanneer de onderzoeken beoordeeld worden volgens de methodologische richtlijnen van Chambless en Hollon. In veel gevallen zijn deze klinische procedures nogal rendabel. Waarschijnlijk zullen een aantal andere behandelingsprotocollen met hypnose, mits enkele aanpassingen qua empirische basis, empirisch gedocumenteerd worden, zodat ze voldoende bewijskracht krijgen voor hun werkzaamheid. Het is evenwel duidelijk dat de richtlijnen van Chambless en Hollon, niet bijzonder geschikt zijn om de invloed van hypnose te beoordelen, wanneer deze gebruikt wordt samen met andere interventies. Het artikel besluit met aanbevelingen in verband met de effectiviteitsvragen, die grondiger empirisch moeten benaderd worden, en geeft enkele methodologische richtlijnen voor onderzoekers en clinici.

 
trymax курсы английского языка в москве