2017 - Volume 65

April
January

2016 - Volume 64

October
July
April
January

2015 - Volume 63

October
July
April
January
Home arrow Archives Index arrow January 2000 arrow January 2000 - Dutch
January 2000 - Dutch PDF Print E-mail


The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis
Volume 48, Number 1 - January 2000 - Dutch

 

Hypnotiseerbaarheid en het gebruik van traditionele Dhami-Jhankri Healing in Nepal.
Amitava Biswas, Donna See, Manuela M. Kogon en David Spiegel.

De studie onderzocht de rol van hypnotische responsiviteit in de praktijk van een dhami-jhankri, een traditionele Nepalese genezer. De hypnotische capaciteit van 248 mannelijke pati‘nten werd gemeten in een allopathische (Westerse) kliniek, een Ayurvedische (oude Hindoe genezingskunst) praktijk, en een dhami-jhankri praktijk. Hypnotiseerbaarheid werd gemeten met het Hypnotisch Inductie Profiel (HIP). De inductiescores van het HIP waren significant hoger bij de dhami-jhankri pati‘nten dan bij de Ayurvedische en allopathische pati‘nten. Pati‘nten die opnieuw naar de dhami-jhankri gingen, waren beter hypnotiseerbaar dan pati‘nten die voor de eerste maal hulp zochten. De tevredenheid over de behandeling bij dhami-jhankri pati‘nten was positief gecorreleerd met de HIP scores. De auteurs concluderen dat hypnotische fenomenen zoals ze in het westen worden gemeten een belangrijke component zijn van de dhami-jhankri behandeling in het oosten.

 

Cardiovasculaire reactiviteit tijdens hypnose en hypnotische gevoeligheid. Drie studies over hartfrequentievariabiliteit.
William J. Ray, David Sabsevitz, Vilfredo De Pascalis, Karen Quigley, Deane Aikins en Melissa Tubbs.

De bedoeling van deze paper was, om het verband tussen hypnotische gevoeligheid en cardiovasculaire meetresultaten, vooral de parasympatische activiteit te onderzoeken, in 3 afzonderlijke studies. In deze studies verschilde noch de hartfrequentie, noch de hartfrequentie variabiliteit tussen de hoog- en laag hypnotisch gevoelige personen bij de initi‘le basismetingen. Experimentele taken die ontworpen waren om differenti‘le sympatische en parasympatische cardiale responsen uit te lokken, be•nvloedden de hypnotische gevoeligheid niet. Globaal genomen, laten deze studies vermoeden dat hypnotische gevoeligheid op zichzelf niet geassocieerd is met parasympatische aspecten van basale cardiale toestanden of cardiale responsen. Bovendien be•nvloedt de hypnotische inductie op zichzelf de parasympatische activiteit niet verschillend bij hoog- versus laag hypnotiseerbaren.

 

Moeilijkheidsgraad van suggesties als mogelijke moderator van het verband tussen absorptie en suggestibiliteit. Een nieuwe spectrum analyse.
Irving Kirsch, Leonard S. Milling, en Cheryl Burgess.

Metingen van hypnotische suggestibiliteit en absorptie werden uitgevoerd bij 146 deelnemers, onder het mom van verschillende experimenten. Er werd een spectrum analyse uitgevoerd door een verband te leggen tussen de moeilijkheidsgraad van individuele hypnotische suggesties, en de associatiesterkte tussen suggesties en absorptie. In tegenstelling tot het tweecomponenten model, was absorptie niet sterker gecorreleerd met tijdelijk moeilijke suggesties, dan met gemakkelijker suggesties. Dit werd bevestigd door een meta-analyse hiervan en door andere spectrum analyse studies. Bovendien toonden kruisstudie correlaties dat de mate van associatie tussen absorptie en individuele suggesties zeer variabel is, zodat het twee-componenten model moeilijk te testen is. Deze bevindingen tonen aan dat discrepante resultaten in vroegere spectrum analyses te wijten kunnen geweest zijn, aan de lage betrouwbaarheid van samenhang met individuele items, en ook aan het relatief klein aantal correlaties dat uit de ruwe gegevens van deze analyse resulteert.

 

Italiaanse normen voor de Harvard Group Scale of Hypnotic Susceptibility. Form A.
Vilfredo De Pascalis, Paolo Russo, en Francesco S. Marucci.

Normen voor een Italiaanse vertaling van de Harvard Group Scale of Hypnotic Susceptibility, Form A (HGSHS:A) door Shor & E. Orne (1962) worden voorgesteld. Uit subjecten die tussen 1986 en 1989 gerecruteerd werden, werd een onderzoeksgroep (297 vrouwen en 79 mannen) gevormd. De normatieve data waren in het algemeen congruent met vroegere normatieve studies in score, distributie, moeilijkheidsgraad van verschillende items, en betrouwbaarheid. Vrouwen hadden significant hogere hypnotiseerbaarheidsscores en positieve items dan mannen. De betrouwbaarheidsscores van de Italiaanse aanpassing van de HGSHS:A waren dezelfde als deze van een vroeger gerapporteerde Deense onderzoeksgroep, en hoger dan deze van een Duitse groep, maar lager dan deze van de Australische, Canadese en oorspronkelijke Amerikaanse onderzoeksgroep. Deze resultaten suggereren dat de Italiaanse versie van de HGSHS:A een effici‘nt werkinstrument is om de initi‘le hypnotiseerbaarheid te screenen in een Italiaanse context.

 
trymax курсы английского языка в москве