2017 - Volume 65

April
January

2016 - Volume 64

October
July
April
January

2015 - Volume 63

October
July
April
January
Home arrow Archives Index arrow July 1999 arrow July 1999 - Dutch
July 1999 - Dutch PDF Print E-mail


The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis
Volume 47, Number 3 - July 1999 - Dutch

 

Aandacht als hulpmiddel bij hypnotische responsen.
Irving Kirsch, Cheryl A. Burgess, Wayne Braffman.

Samenvatting. Theorie‘n rond de hypnotische responsen, verschillen naargelang de rol die ze toekennen aan aandachtsprocessen. Voorspellingen op basis van neodissociatie, gedissocieerde controle, respons set, en procestheorie‘n werden getest door suggesties met en zonder cognitieve belasting te geven aan hoog suggestibele deelnemers en laag suggestibele simulators. In overeenstemming met de voorspellingen van Kirsch en Lynn's (1997) response set theorie, interfereerde de cognitieve belasting met de respons op ideomotorische en cognitieve suggesties, maar niet met de respons op uitdagingssuggesties. Het effect van de cognitieve belasting, op de gesuggereerde amnesia, hangt af van de criteria die gebruikt worden om die respons te taxeren. De cognitieve belasting op zich stoorde de herinnering, wat in de amnesietest werd vastgesteld. De cognitieve belasting stoorde zelfs nog sterker de herinneringstesten v——r de amnesie suggestie gegeven was, en nadat de amnesie suggestie was opgeheven. Deze gegevens tonen aan dat er een aandachtsinspanning vereist is voor zowel herinneren, als voor onderdrukken van herinneringen. Onder condities van lage cognitieve belasting, reproduceerden simulators minder herinneringen dan niet simulerende deelnemers tijdens de gesuggereerde amnesie, en rapporteerden ze minder subjectieve responsen op ideomotorische en uitdagingssuggesties.

 

Hypnotische en posthypnotische suggestie : Een betekenis vinden in de boodschap van de hypnotherapeut.
Amanda J. Barnier en Kevin M. McConkey.

Samenvatting. Aan hoog-hypnotiseerbare subjecten werd een vraag gesteld v——r, tijdens en na hypnose, en werd de suggestie gegeven om v——r, tijdens of na de hypnose, aan hun oorlel te wrijven, wanneer hen die vraag werd gesteld. Op die manier werd in het experiment een vraag die een verbale respons vereiste, geplaatst tegenover een suggestie die enkel af en toe een gedragsrespons vereiste. Subjecten vertoonden vaker gedragsrespons, wanneer de vraag met de suggestie geassocieerd was, maar antwoordden vaker verbaal wanneer de vraag een sociale interactie was; de waarschijnlijkheid dat subjecten gedrag en/of verbale responsen vertoonden veranderden in het verloop van de test, met de veranderende boodschap van de hypnotherapeut. De bevindingen tonen dat gehypnotiseerde subjecten proberen om de communicatie van de hypnotherapeut te begrijpen, en dat ze de dubbelzinnigheid in verband met boodschappen, kunnen oplossen op een manier die hun hypnotisch gedrag en ervaring bevordert.

 

Het creatief gebruik van onverwachte responsen in de hypnotherapie van pati‘nten met conversiestoornissen.
Franny C. Moene en Kees A.L. Hoogduin.

Samenvatting. In een vroeger uitgevoerde empirische studie, waar het gebruik van hypnose in een uitgebreid behandelingsprogramma werd onderzocht bij 85 pati‘nten die leden aan motorische conversiesymptomen, meldden de therapeuten bij 16 pati‘nten ongewone en onverwachte responsen tijdens de hypnose. Dit artikel geeft een samenvatting van de literatuur over het voorkomen van ongewilde fenomenen tijdens hypnose en geeft voorbeelden die in een studie van conversiehysterische pati‘nten werden gezien. Het artikel illustreert deze voorvallen, en hoe erop werd gereageerd aan de hand van 6 klinische gevalsbeschrijvingen en concludeert dat verrassende of ongewone responsen op hypnose, bij dat soort gevallen, een kans aan de pati‘nten bieden, om hun symptomen beter te begrijpen en te controleren.

 

Finse normen voor de Harvard Group Scale of Hypnotic Susceptibility, Form A. (HGSHS:A)
Sakari P. I. Kallio en Mikko J. Ihamuotila.

Samenvatting. 285 subjecten vormden 3 groepen (N=129, N=116, en N=40) die in de loop van 1996 en 1997 getest werden. Deze onderzoeksgroep wordt vergeleken met de normatieve groep Harvard studenten (Amerikaanse onderzoeksgroep); een Australische groep en met 3 vertaalde versies; de Deense, Duitse en Spaanse aanpassingen van de HGSHS:A. In de Finse groep, haalden item 2(sluiten van de ogen), item 11(posthypnotische suggestie) en item 12 (amnesie), een hoog slaagpercentage in vergelijking met referentiegegevens, maar in het algemeen waren de finse normatieve data congruent met deze index studies.


De Harvard Group Scale of Hypnotic Susceptibility en verwante instrumenten; Individuele en groepstoepassingen.
Frank Angelini, V.K. Kumar, en Louis Chandler.

Samenvatting. De Harvard Group Scale of Hypnotic Susceptibility, Form A; Tellegen's Absorption Scale (TAS); Dissociative Experiences Scale (DES), en Phenomenology of Consciousness Inventory (PCI), werden ofwel individueel ofwel in groep toegepast. 80 studenten uit een eerstegraadscursus "Inleiding tot de Psychologie", werden at random aan 1 van de 2 groepen, van elk 40 studenten, toegewezen. Hoewel er een algemene tendens van differenti‘le item moeilijkheidsgraad tussen de 2 toepassingsvormen bestond, wijzen verschillende resultaten (beschrijvenden kenmerken, betrouwbaarheid en validiteit) naar een gelijkenis van gedrags- en subjectieve responsen in de 2 toepassingen. De TAS, DES, en PCI gaven ook gelijkende resultaten in beide toepassingsvormen.

 
trymax курсы английского языка в москве