2017 - Volume 65

April
January

2016 - Volume 64

October
July
April
January

2015 - Volume 63

October
July
April
January
Home arrow Archives Index arrow April 1999 arrow April 1999 - Dutch
April 1999 - Dutch PDF Print E-mail


The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis
Volume 47, Number 2 - April 1999 - Dutch

 

Kortdurende modificatie van suggestibiliteit en hypnotische analgesie : te mooi om waar te zijn ?
Leonard S. Milling, Irving Kirsch, en Cheryl A. Burgess.

Samenvatting : Volgens vroeger onderzoek, zou een 10 minuten durende trainingsprocedure gebaseerd op het Carleton Skill Training Program een substanti‘le toename van responsiviteit op hypnotische suggesties geven. We probeerden dit effect te herhalen, en na te gaan welke invloed de trainingsprocedure heeft of hypnotisch gesuggereerde analgesia. Achtennegentig studenten, die vooraf geselecteerd waren volgens hoog, middelmatig en laag niveau van initi‘le suggestibiliteit werden at random toegewezen aan experimentele en controlegroepen. De training gaf geen toename van de totale suggestibiliteitsscores, en de suggesties voor pijnreductie gaven geen beter effect na de training. De gesuggereerde pijnreductie was sterker gecorreleerd met suggestibiliteitsscores na de behandeling, dan met de suggestibiliteitsscores v——r de behandeling, en in een regressieanalyse voorspelde enkel de suggestibiliteit na de behandeling, de pijnreductie.

 

Psychofysiologische correlaties van hypnose en hypnotische gevoeligheid.
Vilfredo De Pascalis

Samenvatting : We geven een overzicht en samenvatting van research op basis van EEG, over fysiologische en cognitieve indicatoren van hypnotische responsiviteit en hypnotische gevoeligheid met speciale aandacht voor onze geprogrammeerde research in dit domein. Met behulp van traditionele electro‘ncephalografische ritmen, event-related potentialen, en 40 Herz EEG-aktiviteit werd aangetoond dat verschillen in aandachtsniveau's aan de basis liggen van hypnose en individuele verschillen in hypnotiseerbaarheid. De verandering van de stimulusperceptie kan een secundair effect zijn dat verband houdt met het richten van de aandacht. Hoog-hypnotiseerbaren schijnen zowel in waak- als in hypnotische toestand grotere taak-gerelateerde EEG hemisferische shifts te vertonen dan laag hypnotiseerbaren. We bespreken bevindingen over cognitieve en fysiologische correlaten van hynotische analgesie, in verband met hemisferisch functioneren onder de schijnbare controle van gefocuseerde en aanhoudende aandacht. Onze conclusie is dat alhoewel er nog geen definitieve omschrijving is van hypnose en hypnotiseerbaarheid in elektro‘ncefalografische termen, er zeker een aantal veelbelovende overwegingen over zijn.

 

Klinische hypnose versus cognitieve gedragstherapeutische training als pijnhanteringsmethode bij pediatrische kankerpati‘nten die een beenmergafname ondergaan.
Christina Liossi en Popi Hatira.

Samenvatting : Bij 30 pediatrische kankerpati‘nten (leeftijd 5-15 jaar), die een beenmergafname ondergingen, werd een gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek uitgevoerd om het effect van klinische hypnose te vergelijken met cognitieve gedragstherapeutische vaardigheden (CB) bij het verminderen van pijn en ongemak. De pati‘nten werden at random toegewezen aan ЋЋn van de drie groepen : hypnose, een pakket van cognitief gedragstherapeutische vaardigheden en geen interventie. De pati‘nten die hypnose of cognitieve gedragstherapie kregen, rapporteerden minder pijn en pijn-gerelateerde angst dan controles en minder pijn en angst dan hun eigen basislijn gegevens. Hypnose en cognitieve gedragstherapie waren even effectief in het verminderen van pijn. Resultaten toonden eveneens dat de kinderen meer angst en meer gedragstekenen van ongemak vertoonden in de cognitieve gedragstherapie groep dan in de hypnose groep. Er wordt geconcludeerd dat hypnose en cognitieve gedragstherapeutische vaardigheden effectieve technieken zijn om pediatrische kankerpati‘nten voor te bereiden op beenmergafname.

 

Medisch hypnose en ortopedische hand chirurgie : pijnperceptie, post-operatief herstel en therapeutisch comfort.
Magaly H. Mauer, Kent F. Burnett, Elizabeth Anne Ouellette, Gail H. Ironson en Herbert M. Dandes.

Samenvatting : Ortopedische pati‘nten die handchirurgie ondergaan, ervaren hevige postoperatieve pijn, temeer omdat zij kort na de ingreep pijnlijke oefeningen en wondverzorgingen moeten doormaken; een geringe medewerking van de pati‘nt kan leiden tot functieverlies en misvormingen. Deze studie onderzoekt een hypnotische interventie die ontworpen werd om de pijnperceptie te verminderen, het herstel na de operatie te verbeteren en de revalidatie te vergemakkelijken. Volgens een quasi-experimenteel research project kregen zestig pati‘nten die handchirurgie hadden ondergaan, ofwel een gewone behandeling ofwel een behandeling met hypnose. Na rekening te hebben gehouden met geslacht, ras, en scores v——r de behandeling, toonde de hypnose groep een significante vermindering in de metingen van waargenomen pijnintensiteit, waargenomen pijnbeleving en toestandsgebonden angst. Bovendien rapporteren de artsen significant meer vorderingen en significant minder medische complicaties bij de experimentele groep dan bij de controles. Deze resultaten suggereren dat een kortdurende hypnotische interventie, de postoperatieve waargenomen pijnintensiteit, pijnbeleving en angst bij ortopedische pati‘nten die handchirurgie ondergingen kan verminderen; de comorbiditeit vermindert; het postoperatief herstel en de revalidatie verbeteren. Nochthans moeten echte experimentele research studie met andere controlegroepen uitgevoerd worden om ten volle de bijdrage van hypnose tot betere resultaten te bepalen.

 
trymax курсы английского языка в москве