2017 - Volume 65

April
January

2016 - Volume 64

October
July
April
January

2015 - Volume 63

October
July
April
January
Home arrow Archives Index arrow April 2005 arrow April 2005 - Dutch
April 2005 - Dutch PDF Print E-mail

 

The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis
Volume 53, Number 2 - April 2005 - Dutch
N. Ruysschaert

 

Trance en Bedrog
Stanley Krippner

In deze paper wordt beweerd dat hypnotische fenomenen van nature uit grensfenomenen zijn en dat beoefenaars van hypnose (zoals Milton Erickson) veel eigenschappen gemeen hebben met bedriegers uit traditionele gemeenschappen. Reeds vanaf de tijd van Mesmer’s dierlijk magnetisme was de dubbelzinnige aard van hypnose duidelijk. Gehypnotiseerde personen rapporteren dikwijls hallucinaties waarbij een verwarring bestaat in het gewone onderscheid tussen realiteit en illusie, externe en interne processen en talrijke andere tweeledige tegenstellingen waaronder tijd en ruimte en geest en lichaam. Bovendien benevelt hypnose het onderscheid tussen feiten en fictie in het geheugen zoals duidelijk is in de controversie rond “hervonden herinneringen”. Zowel bij inheemse rituelen als bij hypnose speelt imaginatie een centrale rol, en hypnose is een fenomeen met talrijke facetten die een uitleg op verschillende niveaus vereisen. Bepaalde onderzoekers en beoefenaars miskenden het belang van de sociale context waarin hypnose voorkomt, terwijl andere onder het mom van objectiviteit de interessantste en meest nuttige hypnotische fenomenen bijna miskenden.

 

Reflecties op bepaalde onopgeloste thema’s in hypnose
Theodore Sarbin

In de voorbereiding van deze paper, werd de auteur geleid door reflecties. Na gedurende tweederde van een eeuw gewerkt te hebben in en rond de constructie van “hypnose”, kan hij aanspraak maken op het privilege om eerder reflecties te maken, dan nieuwe gegevens of herziene theorieën te geven. Zijn reflecties omvatten enkele autobiografische verslagen die helpen verhelderen hoe hij ertoe kwam om het gedrag dat gewoonlijk onder het hypnose label valt te beschouwen als het uitoefenen van een sociale rol die tot stand komt door vaardigheid en imaginatie.

 

Directe en Indirecte schalen van hypnotische gevoeligheid. Weerstand tegen therapie en psychometrische vergelijkbaarheid.
Betsey R. Robin, V. K. Kumar, & Ronald J. Pekala

Groepen deelnemers werden willekeurig toegewezen aan ofwel een directe hypnotische procedure die de Harvard Groep Schaal van Hypnotische Gevoeligheid: Vorm A (HGSHS:A) gebruikt, of de indirecte tegenhanger, de Alman-Wexler Indirecte Hypnotische Gevoeligheid Schaal (AWIHSS). Voorafgaand aan de hypnose vulden de deelnemers een vragenlijst in over herinneringen en verbeeldingen uit de kindertijd (een maat voor fantasie gevoeligheid) en een therapeutische weerstandsschaal (TRS, maat van weerstand tegen therapeutische aanwijzingen). De fenomenologie van bewustzijnstoestand vragenlijst werd uitgevoerd in de setting van een 2 minuten rustig zitten ingebed in de hypnotische procedure. Hoewel de resultaten in het algemeen laten vermoeden dat de twee schalen (gelijkwaardige, alternatieve, )metingen van hypnotiseerbaarheid zijn, werden toch enkele verschillen vastgesteld: (a) op 4 van de 12 items verschilde de moeilijkheidsgraad; (b) proefpersonen meldden sterker veranderd bewustzijn met de directe methode; (c) in tegenstelling tot resultaten van vroegere research, werd vastgesteld dat de meer resistente deelnemers de neiging hadden tot hogere hypnotiseerheidsscores met de HGSHS:A; de minder resistente deelnemers hadden een betere respons op de AWIHSS.

 

Motorische verbeelding in hypnose : accuraatheid en duur van motorische verbeelding in waaktoestand en in hypnose.
Brigitte Konradt, Salim Deeb, en Oskar-Berndt Scholz

Deze studie meet de respons tijd en de accuraatheid van motorische verbeelding in waaktoestand en in hypnose en ook responsen verwant aan hypnotische ervaringen. De vragenlijst over de levendigheid van motorische verbeelding(VMIQ) werd afgenomen bij 47 deelnemers. Een mentale wandelopdracht werd uitgevoerd in waaktoestand. In hypnose werd dezelfde opdracht ingevoegd, binnen een imaginaire reis na een hypnotische inductie. Er werd een interactie effect onderzocht voor de toestand (waak versus hypnose) en voor de afstand. Hoe verder de deelnemers moesten wandelen in hun verbeelding hoe meer tijd ze nodig hadden. Voor alle combinaties deden de deelnemers er significant langer tijd over in hypnose (p < .001), en waren ze significant minder accuraat in hypnose om het verschil tussen de afstanden weer te geven (p <.001). Er kon blijkbaar een verband tussen motorische imaginatie en hypnotische respons aangetoond worden. De resultaten steunen een state-trait concept van imaginatie.

 

Controle condities in klinische trials over hypnotische analgesia : uitdagingen en aanbevelingen.
Mark P. Jensen en David R. Patterson

Gevalsstudies en gecontroleerde klinische trials tonen dat hypnotische analgesia effectief pijn kan reduceren bij patiënten met verschillende chronische pijn condities. Omdat geen van de totnogtoe gepubliceerde studies een geloofwaardige controle conditie ingevoegd hebben, die adequaat het effect van verwachtingen meet, kunnen we nu nog niet concluderen dat hypnotische analgesia behandeling een specifiek effect heeft op pijn, dat verder gaat dan het effect van een geloofwaardige placebo interventie. Deze paper (a) beschrijft het type controle condities die gebruikt werden, of zouden kunnen gebruikt worden in klinische trials van hypnotische analgesia voor chronische pijn, en (b) bekijkt sterke en zwakke punten, en (c) besluit met specifieke aanbevelingen die onderzoekers zouden moeten overwegen, wanneer ze klinische trials voor hypnotische analgesia opstellen.

 

Hypnotische analgesia voor chronische pijn bij personen met handicaps : een reeks casussen.
Mark P. Jensen, Marisol A. Hanley, Joyce M. Engel, Joan M. Romano, Joseph Barber, Diana D. Cardnas, George H. Kraft, Amy J. Hoffman en David R. Patterson

33 volwassenen met chronische pijn en een handicap werden behandeld met hypnotische analgesia. Analyse toonde significante veranderingen in de gemiddelde pijn intensiteit vergeleken vóór en na de behandeling, wat bij 3 maanden follow-up bleef. Significante veranderingen werden ook gevonden in het onaangename van de pijn ervaring en in de ervaring van controle op de pijn, maar er was geen verandering in de pijn interferentie noch in de depressieve symptomen. Het verwachte behandelingseffect, gemeten vóór de eerste sessie gaf een matige associatie met het behandelingsrsultaat. De resultaten ondersteunen het gebruik van hypnotische analgesia voor de behandeling van pijn, bij personen met een handicap, althans voor bepaalde, maar geven geen steun aan het gebruik van hypnotiseerbaarheidstests vóór de behandeling of aan metingen van het verwachte behandelingseffect als screening van patiënten voor behandeling.

 
trymax курсы английского языка в москве