2017 - Volume 65

April
January

2016 - Volume 64

October
July
April
January

2015 - Volume 63

October
July
April
January
Home arrow Archives Index arrow January 2005 arrow January 2005 - Dutch
January 2005 - Dutch PDF Print E-mail

 

The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis
Volume 53, Number 1 - January 2005 - Dutch
Nicole Ruysschaert

 

Gassner’s exorcisme – niet Mesmer’s magnetisme- is de echte voorloper van de moderne hypnose.
Burkhard Peter

Gewoonlijk wordt Mesmer beschouwd als de echte voorloper van de moderne hypnose en bijgevolg ook van de psychotherapie. De auteur stelt deze algemeen aanvaarde visie in vraag en beweert dat de therapeutische benadering van Gassner meer uitgewerkt was en ook meer psychologisch georiënteerd was dan deze van Mesmer. Tegen de achtergrond van ons huidig begrip van psychotherapeutisch en hypnotherapeutische technieken, kunnen de methoden van Gassner getypeerd worden als een bijzondere vorm van hypnotische training in zelfcontrole. De auteur beschrijft de vorm van exorcisme die Gassner bedreef en de gelijkenissen daarvan met hypnotherapie en gaat ook in op persoonlijke en socioculturele factoren die relevant zijn voor het debat rond Gassner’s theorie en procedures. Het was het meest verhitte debat van de Verlichting dat plaatsvond in München rond 1775 en waarin Mesmer een belangrijke rol speelde. De auteur stelt ter discussie of Vader Gassner niet eerder de voorloper van de moderne hypnose was, dan Mesmer.

 

Realiteitsmonitoring in hypnose : een analyse van echte hypnose versus simulatie.
Richard A. Bryant and David Mallard

De mate waarin hypnotische suggesties als echt worden waargenomen heeft een centrale plaats in het begrijpen van hypnotische responsen. In deze studie wordt de realiteitswaarde die aan een hypnotische suggestie wordt gegeven geïndexeerd, door een visueel beeld te projecteren gelijktijdig met het geven van een suggestie voor een visuele hallucinatie die gelijkt op het geprojecteerde beeld. 20 deelnemers die echt gehypnotiseerd werden en 20 simulerende deelnemers die niet gehypnotiseerd waren, kregen een hypnotische inductie en nadien de suggestie om een schaap te hallucineren waarna het geprojecteerde beeld werd geïntroduceerd. Na de hypnose sessie werd een Experiëntiele Analyse Techniek gebruikt om de ervaring te scoren. Deelnemers die echt in hypnose waren, maakten vergelijkbare realiteitsscores wanneer het geprojecteerde beeld aanwezig of afwezig was, in tegenstelling tot simulanten. Deelnemers die echt in hypnose waren, rapporteerden ook dat ze meer inspanning moesten doen om het geloof in de suggestie vast te houden, wanneer de projectie afwezig was. Deze bevindingen suggereren dat de realiteitswaarde die aan een hypnotische suggestie wordt gegeven niet kan toegeschreven worden aan het voldoen aan de specifieke eisen van de situatie.

 

Emotionele verdoving onder hypnose. Een studie van impliciete emoties.
R. Bryant

20 Hoog en 20 laag hypnotiseerbare deelnemers kregen een hypnotische inductie en werden nadien blootgesteld aan emotioneel belastende en aan neutrale visuele beelden. De helft van de deelnemers kregen een suggestie voor emotionele verdoving. Nadien werd aan de deelnemers gevraagd om de valentie te bepalen van neutrale woorden, die werden voorafgegaan door subliminale presentaties van de negatieve en neutrale beelden. Terwijl hoog hypnotiseerbaren die de suggestie voor emotionele verdoving hadden gekregen gelijkaardige valenties gaven voor de woorden na de presentaties van de negatieve en neutrale beelden, gaven hoog hypnotiseerbare deelnemers in de controle conditie, en laag hypnotiseerbare deelnemers in beide condities meer positieve valenties op de woorden die door de negatieve stimuli werden voorafgegaan. Deze bevindingen suggereren dat subliminaal aangeboden negatieve stimuli de deelnemers de daaropvolgende neutrale woorden meer positief lieten evalueren. Hypnotische emotionele verdoving, daarentegen verminderde dit patroon bij hoog hypnotiseerbaren. De resultaten worden bediscussieerd in termen van de invloed van hypnotische verdoving op de pre-attentieve stadia van verwerking.

 

De fenomenologie van diepe hypnose : in rust en bij fysische activiteit.
Etzel Cardeña.

Om de fenomenologie van hypnotische virtuozen te bestuderen gebruikte de auteur een 2 (hypnose versus controle) x 3 (in rust, fietsend op een home trainer, met een motor die de fiets in beweging bracht) opstelling voor onderlinge vergelijking van de kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van de deelnemers bij deze verschillende opstellingen. In een neutrale hypnose context met als enige suggestie om zo diep als mogelijk in hypnose te gaan, meldden deelnemers een verandering in het lichaamsbeeld, in tijdsbeleving, in waarneming en betekenis, ervaring in een veranderde bewustzijnstoestand te zijn, in affect, aandacht en imaginatie. Ze rapporteerden ook verminderd zelf-bewustzijn, rationaliteit en willekeurige controle en herinnering. Analyse van de 3 verschillende condities toonde dat de hypnotische ervaringen in het geheel gelijkend waren, hoewel de rust toestand meer aanleiding gaf tot veranderingen in het lichaamsbeeld en rapporteringen van diepte. Deze resultaten suggereren dat hypnotische virtuozen bewustzijnsveranderingen hebben die beter kunnen beschouwd worden als aparte toestanden dan als een continuum.

 

“Hypnopunctuur” – een tandheelkundig spoedbehandelingsconcept voor patiënten met een uitgesproken kokhalsreflex.
S. Eitner, M. Wichmann, S. Holst

De huidige gevalsbeschrijving beschrijft een nieuw ontwikkeld behandelingsconcept voor patiënten met uitgesproken kokhalsreflex. “Hypnopunctuur” is een combinatie therapie van hypnose en acupunctuur. De eenvoudige, snelle en effectieve toepassing los van de oorzaak maakte deze techniek tot een geschikt middel in de tandheelkundige spoedbehandeling. Fysiologische en psychologische aspecten van kokhalzen worden tegelijkertijd beïnvloed. Het protocol wordt geïllustreerd met de gevalsbepreking van een 76-jarige patiënt met ernstige kokhalsreflex die succesvol behandeld werd met deze combinatie therapie. Noodzakelijke en effectieve therapeutische maatregelen van zowel acupunctuur als hypnose worden geschetst.

 

Lange termijn behandeling voor patiënten met een ernstige kokhalsreflex.
S. Eitner, M. Wichmann, S. Holst

“Hypnopunctuur” een combinatie behandeling van hypnose en acupunctuur biedt een behandelingsplan voor lange termijn behandeling van patiënten met een uitgesproken kokhalsreflex. De behandeling wordt los van de oorzaak toegepast. Bij spoedbehandeling in de tandheelkunde is onmiddellijke medewerking van de patiënt uitermate belangrijke. Het doel op lange termijn van elke therapeutische maatregel is om de kokhals reflex te controleren. Een nieuw behandelingsprotocol wordt geïllustreerd met de casus van een 50- jarige patiënt met ernstige kokhalsreflex. Na slechts 5 consultaties, kon de tandheelkundige behandeling uitgevoerd worden zonder bijkomende hulpmiddelen. Hypnose wordt toegepast als vorm van hypnosedatie (niet als psychotherapie), terwijl stereognosis een centrale rol speelt in de desensitisatie.

 

Opmerkelijke bevindingen : een mogelijk baanbrekende studie over de neurowetenschap van hypnotiseerbaarheid, een kritisch overzicht van de effectiviteit van hypnose en de neurofysiologie van conversiestoornissen.
M. Nash

In de algemeen wetenschappelijke en medische literatuur verschenen onlangs 3 papers met bijzonder belang voor zowel onderzoekers als clinici. Twee van deze papers zijn oorspronkelijke research studies die hersenimaginatie technologie gebruiken, waarbij een studie magnetische resonantie beeldvorming gebruikt en de andere positron emissie tomografie (PET). Een 3de paper geeft een uitgebreid overzicht van empirische bevindingen bij het klinisch gebruik van hypnose in de pediatrische oncologie. De research studie met de MRI technologie is uitzonderlijk, omdat het de eerste studie is die verschillen toont in de hersen- morfologie tussen hoog-hypnotiseerbare en laag-hypnotiseerbare individuen. Indien deze bevindingen herhaald worden zou deze studie één van de belangrijkste ontwikkelingen in de wetenschappelijke hypnose zijn, sinds het ontstaan van de Stanford schalen 45 jaar geleden. De PET studie toont verschillen in hersenactivatie tijdens intentioneel gesimuleerde en hypnotisch ervaren paralyse. Het overzichtsartikel onderzoekt empirisch werk in verband met de effectiviteit van hypnose bij pijnlijke procedures in de pediatrische oncologie.

 
trymax курсы английского языка в москве