2017 - Volume 65

April
January

2016 - Volume 64

October
July
April
January

2015 - Volume 63

October
July
April
January
Home arrow Archives Index arrow April 2001 arrow April 2001 - Dutch
April 2001 - Dutch PDF Print E-mail


The International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis
Volume 49, Number 2 - April 2001 - Dutch

 

Meting van de ervaring van geslachtsverandering in hypnose en in imaginatie toestand
Kevin M. McConkey, Amos Szeps, en Amanda J. Barnier

Auteurs suggereerden bij hoog hypnotiseerbare personen een geslachtsverandering, in hypnotische toestand en in imaginatie toestand. Ze registreren de subjectieve ervaringen via een continue parallel verlopende gedragsmeting die bestaat uit het draaien van een schijf om de intensiteit van het gesuggereerde effect weer te geven. Bovendien registreren de onderzoekers de ervaringen van de deelnemers door retrospectieve scores van de realiteitswaarde, de onwillekeurigheid en het actief denken. De scores via de draaischijf tonen dat de ervaring sneller optrad in de hypnotische toestand dan in de imaginatie toestand. bovendien waren er verschillen tussen de 2 toestanden in het verband tussen scores via de draaischijf en retrospectieve scores en ook in de verschillende fasen namelijk suggestie, test en ongedaan maken van het item. Er volgt een discussie over de resultaten, gecentreerd rond hoe de draaischijf methode een beter begrip van de gesuggereerde geslachtsverandering geeft en ook de persoonlijke ervaring van hypnose en imaginatie beter illustreert.

 

Hedendaagse psychoanalyse en hypnose
Mary Jo Peebles-Kleiger

Het verband tussen psychoanalyse en hypnose wordt voorgesteld in 3 delen, het verleden het heden en de toekomst. Eerst wordt de parallelle ontwikkeling in hypnose en psychoanalyse in de voorbije 100 jaar samengevat. Er worden 4 belangrijke theoretische evoluties in psychoanalyse beschreven (drift theorie, ego psychologie, object-relatie theorie en zelf psychologie) met hun overeenkomstige invloed op de praktijk van de psychoanalytisch ge¥nspireerde hypnose. Vervolgens worden 4 hedendaagse bewegingen in psychoanalyse opgesomd (postmodernisme, spontane¥teit, pluralisme en integratie) met commentaar op de mogelijke impact van deze beweging op de actuele en toekomstige praktijk van de hypnose. Tot slot wordt de invloed van het slinkend budget van de geestelijke gezondheidszorg op de praktijk van de psychoanalyse en de op psychoanalyse gebaseerde psychotherapie besproken.Hypnose kan vanuit een unieke positie met een geschiedenis van multi-theoretische kennis, korte interventies en een basis van research en klinische praktijk, aan de psychoanalyse een levenspotentiaal geven voor de volgende 100 praktijkjaren.

 

Stanford Hypnotische Gevoeligheid Schaal. Normatieve gegevens bij een Nederlandse groep studenten
G.W.B.NSring, K. Roelofs, & C.A.L. Hoogduin.

Er worden normen voorgesteld voor de Nederlandstalige versie van de Stanford Hypnotische Gevoeligheid Schaal Vorm C. (SHSS:C; Weitzenhogger & Hilgard, 1962) Deze normen zijn gebaseerd op een onderzoeksgroep van 135 studenten van een Nederlandse Universiteit; de psychometrische eigenschappen van de nederlandse versie van de SHSS:C zijn dezelfde als bij versies in andere talen. Nochthans was de gemiddelde score iets lager dan deze die gevonden werd in de originele normgevende studies aan de Stanford Universiteit.

 

Functies van de voorste hersenzones en hypnose. Een test van de frontale hypothese
Sakari Kallio, Antti Revonsuo, Heikki Heinen, Jaana Markela en John Gruzelier.

Om individuen met hoge (n=8) en lage (n=9) hypnotiseerbaarheid te vergelijken in een basis en in een hypnose conditie werden neuropsychologische frontale kwabtesten gebruikt. Subjecten werden onderzocht met twee hypnotische gevoeligheidstesten en met een test batterij waarin een Stroop test, een verbale vlotheidstest (voor letters en voor semantische categorieÔn) testen voor het meten van de reactiesnelheid en de reactiesnelheid bij keuzes, een waakzaamheidstaak en een vragenlijst met 40 beschrijvende uitspraken over zichzelf in verband met aandacht focussen. De invloed van hypnotische gevoeligheid en hypnose/controle condities werd onderzocht tegenover de verschillende afhankelijke variabelen. Hoog hypnotiseerbaren scoorden hoger op de vragenlijst in de baseline condities en onder hypnose waren hun prestaties op de verbale vlotheidstesten meer gedrukt dan bij de laag hypnotiseerbaren. Alhoewel de frontale zone een belangrijke rol zou spelen bij de hypnotische respons tonen de resultaten dat de mechanismen veel ingewikkelder lijken dan enkel een algemene inhibitie.

 

Voert de gehypnotiseerde persoon gewoon uit wat hem opgelegd wordt?
Taru Kinnunen, Harold S. Zamansky en Beth L. Nordstrom

Om de rol van volgzaamheid in responsen op hypnotische suggesties te onderzoeken, geven de auteurs een aantal suggesties op een standaard hypnotische manier en ook op een dwingende manier, door erop aan te dringen om te doen wat er gevraagd wordt. De overte gedragsresponsen van de deelnemers werden geregistreerd en er werden vragen gesteld over hun subjectieve ervaring in verband met de suggesties; meting van de elektrodermale huidgeleidingsresponsen gaf aan hoe waarheidsgetrouw hun antwoorden waren. Resultaten tonen dat alhoewel gedrags- en verbale responsen consistent zijn met de hypnotische suggesties in beide instructie settings, de responsen in de standaard hypnotische setting als echt schenen ervaren te worden. Dit wil zeggen dat rapportage van subjectieve ervaringen beantwoordde aan het criterium van echtheid, terwijl rapportage over gesuggereerde ervaringen die op een dwingende manier werden gegeven niet aan het criterium van echtheid beantwoordde.

 

Effect van snelle analgesie inductie op subjectieve pijn scores en pijn tolerantie
Bernadette R. Wright en Peter D. Drummond.

Het effect van snelle analgesie inductie (RIA) op pijn tolerantie en scores van mechanisch ge¥nduceerde pijn in de pijn gevoelige voorarm werd onderzocht bij 58 college studenten. Posthypnotische suggesties van relaxatie en analgesie hadden geen invloed op pijn scores of tolerantie, maar relaxatie scores namen toe na RIA. Indien suggesties voor analgesie werden gegeven tijdens het testen van de pijn, dan verminderden de scores van onaangenaamheid bij het pijntolerantiepunt sterker in de RIA groep dan in de aandacht controle groep. Nochthans had RIA geen invloed op de pijndrempel of tolerantie. Men kwam tot de conclusie dat RIA meer effectief was bij het reduceren van de subjectieve rapportage van pijn (vooral de affectieve component) dan bij het veranderen van de pijntolerantie en dat het blijven geven van hypnotische suggesties meer effectief was bij het be¥nvloeden van de affectieve component van pijn, dan posthypnotische suggesties van comfort en relaxatie.

 
trymax курсы английского языка в москве